Een introducé is geen docent

Een docent draagt kennis over. Dat onderdeel bedraagt in veel gevallen de helft van werkzaamheden in de takenbrief die bij de aanstelling hoort. De andere helft betreft taken die de brede ontwikkeling van de leerling ten dienste staan. Denk daarbij aan de begeleiding van leerlingen, klassikaal en individueel. Of denk aan deelname aan het teamoverleg over onderwijskundige ontwikkelingen, rapportvergaderingen, sectieoverleg, vakontwikkeling, oudergesprekken, de organisatie van reizen en excursies. en uiteraard de lesvoorbereiding en correctie. Deze brede waaier van taken maakt het beroep aantrekkelijk; de docent is de spil in de ontwikkeling van de leerling in de school.
Een introducé is dat niet. Een introducé is de expert die specifiek voor de kennisoverdracht inzetbaar is. Op dit terrein kan de expert een aanvulling zijn op de lessen van de docent. Een docent leert leerlingen hoe de kennis in het vakgebied is gestructureerd en hoe die kan worden ontsloten. Voor de jongste ontwikkelingen, complexe inhouden of perfecte beheersing van het vakgebied kan de expert de docent aanvullen. Denk hierbij aan een serie van 6 lessen (in estafettemodel met de parallelklassen) waarin een vloeiend Frans, Duits of Engels sprekende introducé spreekvaardigheid oefent met de klas. Of denk aan een IT-specialist die de leerlingen kennis laat maken met de jongste ontwikkelingen. Bijzonder aan de kwaliteit van een introducé is dat deze lessen zelfstandig worden gegeven. De vakdocent kan in die tijd aan aandacht geven aan bijvoorbeeld mentoraat.
Een introducé kan ook voor langere periode actief zijn en breder ingezet worden. Een introducé zou ook best een jaar lang één klas economie kunnen geven. In dat geval zal er meer afstemming met de sectie plaatsvinden. Dat is bespreekbaar in het overleg met de schoolleiding . De introducé maakt op deze wijze deel uit van de zogenaamde ‘flexibele schil’. Een school heeft soms behoefte heeft aan extra inzet en soms niet. Dat kan langdurig zijn en dat kan korter zijn.